1400 - 1890 Van begijnen tot wezen

Polder Wezenspyk bestond al voor de Reformatie als “Begijnenspyk”. De polder was in eigendom van de begijnen die in een kloostertje met kapel woonden, dicht bij de Groeneplaats, het centrum van Den Burg. Zij leefden van de opbrengst van de geschonken landerijen. Na de Reformatie verhuisden zij naar Leiden, werden zij teruggeroepen omdat ze een te vrijpostig leven hadden op Texel? Het kloostertje stond een tijd leeg en men besloot om hier de weeskinderen van Texel op te vangen. In de Franse tijd woonden zelfs meer dan vijftig kinderen in het voormalige kloostertje. Zij leefden hier in armoede. Maar in een later teruggevonden huishoudboekje staat dat er wel wit brood werd verstrekt aan zieke kinderen én aan de Duitse maaiers die naar Texel kwamen om o.a. Wezenspyk te maaien. (uitgezocht door ds G. vd Kooi)

1890 - 1956 Stolp Boerderij Wezenspyk

In opdracht van de weduwe van Pieter Janzn Witte (+1890) werd een stolp vanaf Oosterend verplaatst naar een stuk land “de hoge koeienweid” bij polder Wezenspyk. Haar zoon Cornelis (Keesie Piet) Witte werd hier de eerste bewoner. Na de dood van zijn eerste vrouw verhuisde Keesie Piet naar Oosterend en verpachtte de boerderij. Marius Witte, (geb. 1928) zoon van Keesie Piet en zijn tweede vrouw Grietje Barhorst (dochter van Cornelis Maria Johanszn Barhorst, roepnaam Gerrit (1857 Eierland- 1899 PH-Polder) en Immetje Maas van Vredelust) kwam in 1956 op Wezenspyk wonen . Hij had een veehouderij met koeien en schapen. Rond de boerderij lag 13 hectare.

1956 - 2000 Veebedrijf naar Kaasboerderij

De oudste zoon van Marius, Anton (1959), kwam in 1979 in het bedrijf en bouwde in 1980 een nieuwe ligboxenstal. Tot die tijd stonden de koeien ’s winters in de stolp vast, met de koppen naar de buitenmuur. Het was een Friese stal. De tachtig schapen stonden in de lammertijd in een loods achter de stolp. Zijn broer Marcel (1961) kwam in de firma en toen is Anton begonnen met kaasmaken. De kazen lagen te rijpen in de stolp en daar was ook een winkeltje. In de andere helft van de stolp werd een dienstwoning gebouwd.

In het eerste jaar maakte Anton alleen kaas van de melk van eigen koeien. In Friesland, op de praktijkschool in Oenkerk leerde hij het kaasmaken. Nadat de bekende schapenkaasmaker Commandeur (de Zeshonderd, tussen Den Burg en Oudeschild.) stopte met het maken van de kleine schapenkaasjes, veranderde dit. Een aantal schapenboeren werden bereid gevonden om schapen voor Anton te melken. Zo werden in 1982 naast boerenkaas van koemelk ook kleine schapenkaasjes gemaakt op Wezenspyk.

 

2000 - 2012 De Kaasboerderij

Vanaf het jaar 2000 kwam Wezenspyk volledig in handen van Anton en Janine, omdat broer Marcel op een andere boerderij verder ging. Vader Marius had al enkele jaren eerder, het stokje overgedragen. Het bedrijf ontwikkelde door en in 2007 kwam er een melkrobot op het bedrijf, een bezienswaardigheid, de tweede melkrobot op Texel. Er werden 70 koeien gemolken. Toen ging de uitbreiding snel: in 2009 werd de tweede melkrobot aangeschaft voor de groeiende veestapel maar de ligboxenstal bleek toch te klein om verder te groeien. Door fokkerij werden de koeien steeds groter en de boxen en loopruimten werden te smal. In die zelfde tijd bestond ook de wens om een nieuwe kaasmakerij te bouwen.

2012 - Heden Melkmaatschap

Er werd een samenwerking (melk-maatschap) aangegaan met de familie Rutten van de Eendracht. De melkkoeien van Wezenspyk verhuisden naar een grote nieuwe stal in polder de Eendracht, in het noorden van Texel. Op Wezenspyk werd de kaasmakerij ingrijpend verbouwd. De koeienmelk wordt met een melktank opgehaald en naar de boerderij gebracht. In de moderne kaasmakerij wordt zo de boerenkaas gemaakt van eigen koeien. De schapen- en geitenmelk wordt met een tank opgehaald van collega-veehouders.